Blog

Sponsoring Weekend

Autis-Tic heeft JOUW hulp nodig!
Op 5 oktober 2018 willen we een megatastisch weekend organiseren in de Ardennen voor maar liefst 48 mensen waarbij iemand in het gezin Autisme of Gilles de la Tourette heeft. Ervaring leert ons dat dit soort weekends lotgenoten enorm bij mekaar brengt en dat tijdens deze evenementen mensen echt veel van mekaar leren en ondersteuning vinden.

Autis-Tic heeft ondertussen een super deluxe locatie gevonden hiervoor en alle activiteiten zijn al helemaal uitgeschreven. Nu willen we de prijs voor de deelnemers enorm gaan verlagen en hiervoor hebben we jullie hulp nodig.

Wat kan je doen?
We zoeken mensen en/of bedrijven die een financiële steun willen bieden voor dit weekend. Als jonge, spiksplinternieuwe Belgische organisatie hebben we jammer genoeg zelf nog onvoldoende middelen om zelf te kunnen sponsoren. Help jij mee? Heel wat kinderen en hun ouders zullen je eeuwig dankbaar zijn!

Sponsoren zullen dan ook uitvoerig bedankt worden en krijgen een speciaal plekje op onze flyers en onze website.

Alvast bedankt!

Meer info?
www.autis-tic.be
email: info@autis-tic.be
Tel: +32468171215 (Voorzitter Frank Gielen)

Blog, Gastblog

Autis-Tic in Pretland te Hasselt – door Ellen

10 december 2017 om 10u. Binnen twee uur moeten we een vriendje, Alex, van Wesley, onze jongste zoon, gaan halen om naar Hasselt te gaan voor een bijeenkomst. Maar hoe het weer eruit ziet, lijkt dit geen goed idee.

Dikke vlokken sneeuw vallen uit de lucht. En het ergste is, dat het overall blijft liggen.

Om 11u30 proberen we toch te gaan, maar onderweg begint de auto te slippen en keer ik gewoon terug. In dit weer is het onmogelijk om veilig te rijden.

Gelukkig lukt het de papa wel om Alex tot bij ons te brengen en om 13u10 kunnen we dan eindelijk vertrekken, nadat de meeste sneeuw begint te smelten en de rijbaan toch wat vrij is.

Het rijden gaat traag, maar om 14u20 komen we dan toch, eindelijk toe op onze bestemming.

Als we binnenkomen, zien we onmiddellijk blije gezichten.

‘Neem een tafeltje en zet jullie erbij’ zegt Frank, de voorzitter ons.

Toekomen bij Autis-Tic, kan voor nieuwe mensen, soms wat moeilijk zijn. Maar als je dan die blije gezichten ziet, zijn al je zorgen direct van de baan.

 

De kindjes krijgen cadeautjes, want wie is er geweest bij Autis-Tic? De Sint! Tara deelt de zakjes uit en de kinderen zijn helemaal in hun nopjes. Vooral de jongste, omdat er een puzzel bij zit van Cars 3. Laat Cars nu toch wel zijn lievelingsfilm zijn. Het duurt niet lang, of daar vertrekken de kinderen al. Want deze speeltuin kennen ze nog niet.

 

Ikzelf ben bij Auti-Tic secretaris en Penningmeester.

Waarom? In eerste instantie omdat mijn oudste zoon, Jason Tourette en OCS heeft, met Autistische kenmerken, maar ook omdat ik me voor zo een goed doel volledig wil inzetten.

Ik wil iets kunnen betekenen, een meerwaarde zijn voor de VZW. En ik kan enkel hopen dat ik dit goed doe.

 

Bijeenkomen met de mensen van Autis-Tic, is zoals thuis komen. Allemaal warme en lieve mensen.

Mensen die begrijpen wat je meemaakt. Die begrijpen dat het niet altijd gemakkelijk is. Mensen waarbij je eens mag klagen en zagen en die je hier niet op zullen afkeuren, maar je zullen steunen.

 

Als je naar huis gaat en de kinderen vragen wanneer de volgende bijeenkomst is, dan weet je, dat we als VZW goed bezig zijn. Volgende week de Kerstmarkt in Leuven, weer een evenement om naar uit te kijken.

Blog

Heb je moeite met het opvoeden van je kind met OCS?

Kijken naar je kind dat lijdt onder irrationele overtuigingen en dat deelneemt aan bizarre rituelen is hartverscheurend. In het handboek voor ouders, werd het hoofdstuk over het opvoeden van een kind met OCS, weggelaten.

  • Hoe moet je reageren?
  • Hoe kun je hen helpen hun dwangmatige gedrag te stoppen?
  • Moet je streng zijn?
  • Moet je het negeren?

Een kind opvoeden met OCS is een van de moeilijkste taken die een ouder ooit zal moeten ondergaan.

5 Tips om een kind met OCS op te voeden:

Dit zijn de vragen die ik meestal krijg bij het werken met ouders in mijn praktijk. Hier zijn vijf basistips die ik heb geleerd van het werken met kinderen met OCS 

Informeer jezelf en je kind over obsessieve-compulsieve stoornis

Keer op keer zit ik aan de andere kant van de bank en praat ik tegen een nerveus en ongemakkelijk kind. Ze fluisteren mij hoe ze gekke geloofsovertuigingen hebben.

Ik bied hen geruststelling en ze vertellen me met tegenzin meer. Ze vertellen me schaapachtig hoe ze hoeken meten aanraken of in hun hoofd moeten tellen, of hun handen moeten wassen elke keer dat ze een slechte gedachten hebben. Ze verontschuldigen zich voor hun bizarre gedachten en staren me aan, wachtend tot ik ze officieel ‘gek’ verklaar.

Hoe vaak dit ook gebeurt, elke keer breekt het mijn hart. Ik vertel het kind dat ik dit eerder heb gehoord. Dat ze niet alleen zijn. Dat er een naam is voor wat ze hebben. Dat het gebruikelijk is en dat er hulp voor is. Hun ogen openen wijd en ze zeggen “echt waar?” met voelbare opluchting.

Je kunt je kind helpen door aan hun uit te leggen wat OCS is en hoe het hun denken beïnvloedt. Als je OCS niet zelf begrijpt, is het nuttig om deze kennis te verwerven, zodat u beter voorbereid bent om uw kind te helpen. Je kunt mijn andere artikel lezen: OCS bij kinderen: mis je de tekens – of bekijk je mijn video hierover.

Er zijn enkele geweldige boeken die kinderen helpen, hun OCS op hun niveau, te begrijpen.

Sommige ouders aarzelen om het woord OCS te gebruiken, maar ik heb ontdekt dat kinderen grote troost vinden als ze weten dat ‘hun probleem’ een naam heeft end at ze niet alleen zijn.

Geef de OCS een naam, zoals Meneertje baas

Vaak weten kinderen niet hoe ze over hun OCS moeten praten. Ze schamen zich voor hun gedachten. Ze zijn afhankelijk van hun rituelen. Wanneer je hen vertelt om te stoppen met het doen van ritualistisch gedrag, kunnen ze het gevoel hebben dat je hen aanvalt – en niet hun OCS. Ze voelen zich boos. Waarom zou je met zeggen te stoppen met iets te doen dat me “veilig” houdt?

Help uw kind om zijn OCS te externaliseren door het een naam te geven. Je kind het meneertje zorgen of meneertje baas noemen. Sommige kinderen vinden het leuk om creatief te zijn en komen met hun eigen naam.

Ik heb het kinderen meneertje microbe of meneertje nummers laten noemen – afhankelijk van hun OCS-thema.

Één benadering om je kind iets te vertellen:

Meneertje baas is een bedrieger en hij houdt ervan om je te domineren en je bang te maken. Hij wil d at je dingen vermijdt en zijn dwaze regels volgt. Wanneer je doet wat hij wil, word hij groter. Als hij groter wordt, kan hij je meer lastigvallen. Als je Super wordt (hier de naam van je kind zeggen), kun je tegen meneertje baas vechten en hem verslaan. Wanneer je hem negeert of ruzie maakt over zijn dwaze regels, krimp je hem en maak je hem kleiner en minder krachtig.

 Boeken over OCS kunnen je helpen dit bericht te herhalen – of je kun ter zelf één maken als deze benadering niet resoneert met jou of je kind.

Raak niet overijverig en wijs niet alle rituelen van je kind af

Als je kind een probleem heeft, wil je het zo snel mogelijk repareren. Dit kan ouders overijverig maken met hun inspanningen om de OCS van hun kind voor het te verslaan. Helaas is dit de strijd van je kind. U kunt uw hulp en begeleiding aanbieden, maar u kunt dit niet voor uw kind overnemen. Als u u kind op elk ritualistisch gedrag wijst dat u ziet, kan het zijn dat uw kind onopzettelijk geheimzinniger wordt over hun OCS-problemen.

Het stoppen van ritualistisch gedrag gebeurt niet van de ene op de andere dag. Het eerste succes is misschien net zo eenvoudig als het alleen maar herkennen dat het een OCS-gedachte is of een ritueel in het kort laten uitstellen.

Maak geen deel uit van hun rituelen

Een gebied waar je wel controle over hebt, is je deelname aan rituelen. Sommige kinderen betrekken hu ouders bij hun rituele gedrag. Als het mogelijk is, wilt u de rituelen niet inschakelen of eraan deelnemen. Je kunt dan tegen je kind zeggen: “Ik help meneer baasje niet om bazig te zijn tegen jou. Je kunt naar hem luisteren, maar dat doe ik niet!”

Houd nieuwe rituelen in het oog, zodat je als een team samen kunt werken

Kinderen kunnen defensief worden over hun regels en rituelen en ze willen misschien niet dat je nieuwe regels of gedragingen herkent. Hoewel kinderen geen OCS willen, zijn ze vaak slaven van de rituelen die het een korte opluchting geven over hun zorgen. Daarom is het belangrijk om op te letten voor vreemd of irrationeel gedrag.

Vaak, als één type OCS-gedrag is geëlimineerd – wordt het vervangen door een andere regel of gedrag. Dar is waarom het belangrijk is om je kind de vaardigheden te geven om OCS te verslaan en niet alleen het specifieke gedrag of de specifieke gedragslijn die ze op dit moment aan het doen zijn. Wanneer je ontdekt dat je kind een nieuw ritueel aan het doen is, adresseer dit dan zachtjes en laat ze weten dat je er bent om met hen meneertje baas te verslaan.

OCS kan een uitdagende kwestie zijn! Het kan kleine geesten consumeren en hun sociale en emotionele groei belemmeren. Hoe eerder kinderen de vaardigheden krijgen om hun OCS te overwinnen, hoe beter de langetermijnprognose zal zijn. Ik moedig u aan om deze tips te volgen, uzelf bij te leren door boeken over OCS te lezen en professionele begeleiding en ondersteuning voor u en uw kind te zoeken als dat nodig is.

 

Door: Natasha Daniels

Bron: https://www.anxioustoddlers.com/child-with-ocd/

Vertaalt door Ellen

Blog

Autisme – Sinterklaas is weer in het land

Sinterklaas is weer in het land

Voor kinderen met een vorm van autisme is dit een moeilijke tijd. Een tijd van vele vaagheden. Denk hierbij aan de grens tussen fantasie en echt. Dit brengt extra spanning en prikkels met zich mee. Voor kinderen met autisme is het vaak moeilijk doordat het een ongrijpbaar feest is. Wat voor ieder kind een mooi feest moet zijn, kan voor een kind met autisme al snel een kwelling zijn. Het kind wordt soms extra druk, raakt snel overprikkeld en uit dit dan in boosheid, driftbuien, niet kunnen slapen en ga zo maar door.

Sommige kinderen slapen minder goed omdat ze bang zijn. Bang dat er, als zij wakker worden, ineens een vreemde (enge) zwarte piet naast hen kan staan. Soms kunnen kinderen niet omgaan met de overvloed aan prikkels die er om hen heen te zien zijn: muziek, geuren, volle etalages.

Ook voor ouders is de tijd rond Sinterklaas vaak vermoeiend. Er wordt een groot beroep op je gedaan.

Hoe kunnen we zorgen dat Sinterklaas leuk is voor een kind met autisme?

Veiligheid bieden is het allerbeste voor je kind.  Dat kun je op verschillende manieren doen. Hier volgen een aantal tips:

1.Informatie

Geef je kind zoveel mogelijk informatie over de Sinterklaas periode, probeer het te doseren. Kleine beetjes zijn beter dan één grote hap. Bekijk zelf wat nodig is. Moet je het geheim al verklappen? (Handig om dit bijvoorbeeld een paar maanden voor Sinterklaas te doen). Is het misschien een hulp als je kind al weet wat voor geschenk hij of zij krijgt?

2.Aftellen

Maak een kalender met het aantal dagen tot  Sinterklaas.

Ook een schoenkalender waarop Sinterklaas kan aanvinken op welke dagen de schoen gezet kan worden, kan handig zijn. Beperk het aantal keren dat een kind zijn schoen mag zetten.

3.Duidelijkheid

Geef je kind met autisme duidelijkheid.

De vijf vragen :Wanneer? Hoe? Waarom? Waar? en (met) wie? zijn de vragen die beantwoord moeten worden. Dit kun je natuurlijk ook toepassen rond Sinterklaas. Geef je kind ruimte om zich terug te trekken als het teveel wordt. Ook dit geeft duidelijkheid en rust.

4.Uittocht

Vergeet niet dat er bij een kind met autisme ook een duidelijk eind moet komen aan alle feestvreugde. Terwijl de intocht vaak groots gevierd wordt, is het einde nogal plots.

Na 6 december is er geen spoor meer te bekennen van Sint en Piet. Voor een kind met autisme is dit vaak moeilijk te begrijpen. Er moet voor hen een duidelijk begin en einde zijn. Daarbij is het zien met de eigen ogen dat Sinterklaas en zijn Pieten weer op de boot stappen het allermooiste. Hierover staan er een leuk filmpjes op Youtube.


Bron: Parkschool (School van Jason)

Blog, Gastblog

Medicinale Cannabis – Het verhaal van Emy

Mijn naam is Emy, 35 jaar. Mijn verhaal kent eigenlijk 3 delen: ik heb het Tourette syndroom, heb last van migraine (en spierpijnen) en heb psoriasis (een huidziekte).

Als kind had ik last van tics, keelgeluiden, concentratiemoeilijkheden,… Het zou wel voorbijgaan, als ik maar hard genoeg mijn best deed. Pas op mijn 12de kreeg mijn ‘raar gedrag’ eindelijk een naam: ik had het Tourette syndroom. Mijn huisarts werd op de hoogte gesteld en er volgden maandenlange gesprekken met een kinderpsycholoog. Ik moest Rilatine innemen, maar na enkele weken vonden mijn ouders dat er daar mee gestopt moest worden, omdat ik heel moe was en amper nog normaal kon functioneren.

De jaren die volgden waren lastig. De tic waarvan ik het meeste last had was hoofdschudden. Doorheen de jaren en met het ouder worden namen de tics af in frequentie, maar het hoofdschudden is er nog steeds evenveel.

Het jarenlange hoofdschudden leidde tot verkrampte nekspieren, waardoor ik de ene kine-sessie na de andere volgde. Ik moest nu spierontspanners nemen. Na enige tijd kwam ik niet meer naar buiten zonder mijn pilletjes op zak. Mijn kinesist gaf me ooit de opmerking dat mijn nek zo hard als cement was, en dat ik wel erge nekpijn moest hebben. Mijn tics nog erger werden.

Een jaar of 10 geleden verschenen er kleine rode, jeukende vlekken op mijn lichaam. Voornamelijk in mijn gezicht, op mijn onderbenen, rug en ellebogen. De dermatoloog zei dat het om psoriasis ging. Ik heb zo goed al alle mogelijke behandelingen geprobeerd: PUVA, UVB, cortisonezalfjes, pilletjes. Doorheen de jaren werd de psoriasis erger en had ik de moed niet meer om nog te blijven smeren. Mijn dermatoloog schreef Enbrel voor, injecties op basis van eiwitten. Na amper een maand was de psoriasis voor 80% verdwenen! Wel één minpunt: door de medicatie moesten mijn nieren en lever regelmatig onderzocht worden. Maar ook de werking van de injecties leek af te nemen. Na ongeveer 10 jaar allerhande behandelingen geprobeerd te hebben, wilde ik het niet meer. Dan maar verder met psoriasis, ook al is het nooit een lachertje geweest bijvoorbeeld in de zomer een kleedje te dragen…

Ik ben dan terechtgekomen bij een acupuncturist, die gespecialiseerd was in huidziekten. Hoewel er periodes waren dat de vlekken veel minder waren, bleek ook dit niet voldoende te werken, helaas.

Sinds mijn 24ste heb ik ook last van regelmatige migraine aanvallen. Soms duren die 1 dag, soms 4-5 dagen, om dan weer weken uit te blijven. Een echt patroon zie ik niet, ik heb zelfs een tijdje een maaltijden-dagboek bijgehouden, om zo te achterhalen of er bepaalde voedingsmiddelen triggers waren. Dat dagboek dat leverde niets op.

Sommige dagen waren de aanvallen zo erg dat ik constant pillen slikte, en niet uit mijn bed kwam.

Mijn huisarts heeft me dan medicatie voorgeschreven. Na verloop van tijd merkte ik dat het de combinatie spierontspanner-migraine medicatie, het meeste effect had. Dit ging zo jaren door.

Een tweetal jaar geleden werden de migraine aanvallen plots ergers, en gebeurde het regelmatig dat mijn zicht uitviel. In de meeste gevallen gebeurde dit plots en zonder aanleiding. Ik werd doorverwezen naar een specialist-neuroloog.  In het ziekenhuis werden verschillende testen gedaan, waaronder een hersenscan, om uit te sluiten of er toch niets ergers aan de hand was; gelukkig bleek alles ok te zijn. Hoewel ik mijn buik vol had van jarenlange behandelingen, besloot ik toch mee te gaan in haar voorstel om preventieve medicatie te nemen. Tijdens de eerste 2 maanden ging het goed, nadien kwamen de aanvallen terug. De dosis werd verhoogd. Maar na enkele maanden leek het weer of mijn lichaam gewoon geworden was aan de medicatie.

Ik was weer bij ‘af’. Ik voelde me zo slecht, jarenlang de ene behandeling na de andere zonder echt blijven resultaat. Mijn huisarts wou opnieuw andere medicatie voorschrijven, maar ik had er mijn buik van vol. Ik wilde niet verder leven met pijn. Al enige maanden liep ik met het idee in mijn hoofd om medicinale cannabis te proberen. Mijn huisarts was er eerst niet voor te vinden omdat hij er te weinig informatie over had, gelukkig herzag hij zijn menig na enkele maanden.

Bij Medcan kwam ik terecht bij een professioneel team, ik werd er goed onthaald en stelde al mijn hoop op deze manier van ‘behandelen’. Na twee gesprekken werd besloten dat ik zou inhaleren, in combinatie met de medicatie die ik op dat moment reeds nam. Ook kreeg ik een receptje mee, om zelf een zalfje te maken voor de psoriasis.

We zijn nu een kleine maand verder. Spierpijn (door de tics) heb ik veel minder. De migraineaanvallen zijn geslonken van 3 à 4 per week naar 1 à 2 per maand. Ik voel ook dat ik de preventieve medicatie niet meer nodig heb. De zalf smeer ik  een tweetal keer per dag, en ook daar merk ik een serieus verschil. Op die paar weken tijd ben ik een heel ander mens geworden, iets wat ik nooit had durven hopen.

Vóór ik gestart ben met medicinale cannabis, heb ik een jarenlange zoektocht afgelegd en uiteindelijk raakte ik er compleet onderdoor.

Ik ben Pieter en het hele Medcan team dan ook erg dankbaar voor de hulp en begeleiding die ze mij geven. Hopelijk herkennen mensen zich in mijn uitgebreid verhaal, en durven ze de stap ook te zetten.


Bron: Medcan VZW

Blog, Gastblog

Over mijn Autisme – gastblog van Lies

Lies schreef onderstaande gastblog voor ons.

Over mezelf

In de lagere school heb ik mij altijd afwezig gehouden. Op de grens tussen de kleuterspeelplaats en de ‘grote kinderen speelplaats’ was er een houten schutting. Daar stond ik altijd, te kijken naar hoe de andere kinderen speelden. Ik voelde mij er heel ongemakkelijk bij om deel te nemen aan het spelgebeuren. Te druk, te wild. Die voetbal die van de ene kant naar de andere vloog (en waarbij ik regelmatig eens een paar stappen opzij moest zetten, anders kreeg ik ze tegen mijn hoofd). In de jaren 90 was het spelen met een springtouw en rekker ook nog altijd populair. Ik kon daar sowieso al niet aan meedoen. Door mijn NLD (dat deel uitmaak van het spectrum autisme) is mijn evenwicht al iets zwakker en ofwel sprong ik altijd te vroeg of te laat. Wat voor ergernis zorgde bij de andere kinderen. Hetzelfde als bij evenwichtsoefeningen, zoals de omgekeerde Zweedse bank. Stomme oefening, en volledig nutteloos.

Ik geloof nu dat ik mij altijd afzijdig hield omdat ik heel erg overprikkeld was. Uit zelfbescherming zonderde ik mij af. De lessen waren voor mij ook al een hele beproeving. Wat voor een ander vanzelfsprekend was, was voor mij een uitdaging. De aandacht erbij houden, de interactie tussen leerling en leerkracht.. En ik moest dan ook nog mijn plekje vinden in dit alles. De puzzelstukjes pasten toen nog niet of waren in verschillende puzzeldozen verstopt. De meesters en juffen vonden mij een vreemd, stil meisje.

Met rekenen had ik heel veel problemen. Hoe vaak heb ik geen bijles gekregen, ik ben de tel kwijt. Tot mijn meester uit het eerste leerjaar eens zei: niet kunnen rekenen is minder erger dan niet kunnen lezen. Om te rekenen gebruiken zoveel volwassenen een rekenmachine. Het niet/moeilijk kunnen rekenen is ook een aspect van mijn NLD, gebrek aan ruimtelijk inzicht. In lezen en schrijven was ik dan wel heel goed. Op dictees had scoorde ik over het algemeen altijd wel hoog. En dikke boeken lezen deed ik ook al op vrij jonge leeftijd. De boeken van Marc De Bel (één van de eerste boeken die las, geloof ik) had ik soms op minder dan een week uitgelezen. De bibliotheek was dan ook mijn favoriete plaats. Zes dikke boeken had ik mee en na 3 weken gebeurde het dat ik ze al had uitgelezen. Boeken waren voor mij een uitlaatklep, een vlucht uit de realiteit.

Maar op elk oudercontact (en als nota op het rapport) stond er telkens geschreven dat ik erg stil ben en weinig tot geen contact zoek met de andere leerlingen. En ook dat mijn wiskunde heel slecht was.

Mijn ouders waren uiteraard ook niet blind. Ze zagen dat er iets niet klopte. Thuis was ik wel spraakzamer, meer mezelf. Maar er was ook (meer) structuur aanwezig. Op school moet je het nu eenmaal wat meer zelf weten uit te zoeken.

In de kleuterklas was ik ook erg op mezelf, maar daar werd nooit echt aandacht aan besteed omdat peuters en kleuters egocentrisch zijn en het als ‘normaal’ beschouwd wordt bij hun ontwikkeling.

Ik leefde erg in mijn fantasiewereld. Ik verzon verhaaltjes in mijn hoofd. Dat gaf mij meer duidelijkheid dan de chaotische wereld die ik toen ervaarde.

Op zich werd ik wel eens uitgenodigd voor een verjaardagsfeestje. Maar dan was ik ook ‘mezelf’ niet. Ik geloof dat ik voornamelijk deed wat er van mij verwacht werd. Ik kopieerde (onbewust) het gedrag van de andere kinderen. Maar dat hield ik ook niet vol. Ik was nooit op mijn gemak, op de andere verjaardagsfeestjes. Ik was altijd blij da het voorbij was. Het was dus ergens ook niet verbazingwekkend dat de andere leerlingen het wat opgaven met mij. Althans, nu kan ik dat beter plaatsen. Als kind voelde ik mij erg eenzaam en onbegrepen maar ik zat ‘vast’ in ‘mezelf’. Ik kon het zelf niet plaatsen of uitleggen waarom.

Er werd toen al gespeculeerd over ‘autisme’ maar nooit werd er een diagnose gesteld of werd het woord effectief uitgesproken. Er was nog geen zekerheid. Om het voor mij wat minder stresserend te maken, werd er een aanvraag ingediend voor GON-begeleiding om mij onder andere te helpen bij het rekenen. Maar daar had de lagere school geen oren naar, dat waren pottenkijkers.

Als kind had ik veel tics en rituelen/dwang. Geen idee hoelang dit geduurd heeft. Volgens mijn ouders was dit toch zeker een jaar. Het kan ook meer of minder geweest zijn. Ik knipperde fel met mijn ogen, schudde mijn hoofd en humde. Het was vooral bij stress dat ik er last van had. Als ik gecorrigeerd werd (soms had ik het niet door dat ik tic’te) werd het erger. Vreemde rituelen had ik ook. Het zorgde bij mij voor een zekere mate van verlichting. Pantoffels die vlak voor de zetel tegen elkaar op één lijn moesten staan en waarbij ik dan één oog dichtkneep (zodat ik enkel de pantoffels zag) en humde. Ik kon het niet laten. Ik had ook een tic als kind dat ik op mijn hand blies.  Zo waren er nog tics/rituelen. Als volwassene nu heb ik af en toe nog wel eens tics. Als ik gespannen ben knipper ik soms met mijn ogen of schokt mijn hoofd. Maar ik heb er meer controle over nu. Sommige tics heb ik niet meer. En de rare rituelen zijn ook verdwenen. Eerder ‘typisch’ licht neurotisch gedrag zou in momenten wel eens durven opkomen. Controleren of alle lichten uit zijn, staat het fornuis wel uit.. Is de deur echt wel toe? En dan durf ik wel eens een paar keer aan de deur te trekken om mezelf te overtuigen.

In die tijd was ook angstig en piekerde ik veel. Vooral in vakanties, waar alles één groot zwart gat was en vrije tijd voor mij beangstigend was. Zodus neem ik sinds mijn 16e  venlafaxine75mg (een anti-depressiva) die voor mij een ondersteunende werking heeft. Het piekeren ging minder snel in overdrive. De angsten werden meer de kop ingedrukt. Het zorgde er precies ook voor dat ik minder snel mijn zorgen opkropte. De combinatie van open te zijn en de medicatie bood toch wel een zekere mate van verlichting.

De overstap naar het secundair was een heel grote verandering voor mij. Enerzijds was ik opgelucht, een nieuwe start. Maar langs de andere kant boezemde het mij ook angst in. Ik had nog altijd mijn rugzak van eenzaamheid, onbegrip en angst mee. Binnen de kortste tijd viel ik terug uit de boot. Te veel onduidelijke sociale normen. Dus ik zonderde mij terug af. Het voelde voor mij dubbel. Enerzijds voelde het ‘veilig’ maar tegelijkertijd werd ik er ook met de vinger op nagewezen. Ik was vaak boos, gefrustreerd en verdrietig. Nu, op volwassen leeftijd kan ik dit allemaal beter plaatsen. Ik koester geen haatgevoelens tegen diegenen die mij bewust of onbewust hebben gekwetst. Ik wilde vooruit in het leven, met een openminded blik. Toen kon ik dat uiteraard niet plaatsen. Er werden ook heel veel kwetsende opmerkingen naar mijn hoofd geslingerd. Ik vergeef dit, maar vergeten kan ik niet.

In het secundair kreeg ik gedurende 2 jaar ongeveer ook GON-begeleiding. Hulp bij rekenen en huishoudelijke taken waren dit voornamelijk. Er werd voornamelijk het accent gelegd op de NLD, en minder op het autisme zelf. Vanwege de ‘slechte’ motoriek. Ik heb therapie gevolgd bij het CGG en Psyworks. Bij beide voelde ik mij na elk gesprek heel somber. Dus stopte ik daar ook na een tijd mee.

De diagnose autisme spectrum stoornis viel uiteindelijk definitief op de leeftijd van ongeveer 14 jaar. Deze werd gesteld door een kinderarts waar ikzelf enkele tests heb moeten ondergaan om zekerheid te hebben. Ik heb de diagnose lang niet willen accepteren, ik kon mij niet vinden in het woord ‘autisme’.

Nu, op mijn 26ste heb ik mijzelf kunnen aanvaarden en zou ik niet meer zonder mijn autisme kunnen. Ik zie er zeker ook de positieve kant van in. Ik heb de afgelopen jaren ook wat meer positieve ervaringen gehad waardoor mijn zelfvertrouwen gegroeid is. Onder andere, een fantastische echtgenoot waarbij ik 100% mijzelf mag zijn en die me niet raar bekijkt. Ik heb veel om dankbaar voor te zijn. Wees trots op jezelf. Het is juist fijn om ‘anders’ te zijn, out of the box te denken of doen.

 


Wil je meer lezen van Lies? Volg haar blog via https://glasshelder.wordpress.com/