Blog, Gastblog

Over mijn Autisme – gastblog van Lies

Lies schreef onderstaande gastblog voor ons.

Over mezelf

In de lagere school heb ik mij altijd afwezig gehouden. Op de grens tussen de kleuterspeelplaats en de ‘grote kinderen speelplaats’ was er een houten schutting. Daar stond ik altijd, te kijken naar hoe de andere kinderen speelden. Ik voelde mij er heel ongemakkelijk bij om deel te nemen aan het spelgebeuren. Te druk, te wild. Die voetbal die van de ene kant naar de andere vloog (en waarbij ik regelmatig eens een paar stappen opzij moest zetten, anders kreeg ik ze tegen mijn hoofd). In de jaren 90 was het spelen met een springtouw en rekker ook nog altijd populair. Ik kon daar sowieso al niet aan meedoen. Door mijn NLD (dat deel uitmaak van het spectrum autisme) is mijn evenwicht al iets zwakker en ofwel sprong ik altijd te vroeg of te laat. Wat voor ergernis zorgde bij de andere kinderen. Hetzelfde als bij evenwichtsoefeningen, zoals de omgekeerde Zweedse bank. Stomme oefening, en volledig nutteloos.

Ik geloof nu dat ik mij altijd afzijdig hield omdat ik heel erg overprikkeld was. Uit zelfbescherming zonderde ik mij af. De lessen waren voor mij ook al een hele beproeving. Wat voor een ander vanzelfsprekend was, was voor mij een uitdaging. De aandacht erbij houden, de interactie tussen leerling en leerkracht.. En ik moest dan ook nog mijn plekje vinden in dit alles. De puzzelstukjes pasten toen nog niet of waren in verschillende puzzeldozen verstopt. De meesters en juffen vonden mij een vreemd, stil meisje.

Met rekenen had ik heel veel problemen. Hoe vaak heb ik geen bijles gekregen, ik ben de tel kwijt. Tot mijn meester uit het eerste leerjaar eens zei: niet kunnen rekenen is minder erger dan niet kunnen lezen. Om te rekenen gebruiken zoveel volwassenen een rekenmachine. Het niet/moeilijk kunnen rekenen is ook een aspect van mijn NLD, gebrek aan ruimtelijk inzicht. In lezen en schrijven was ik dan wel heel goed. Op dictees had scoorde ik over het algemeen altijd wel hoog. En dikke boeken lezen deed ik ook al op vrij jonge leeftijd. De boeken van Marc De Bel (één van de eerste boeken die las, geloof ik) had ik soms op minder dan een week uitgelezen. De bibliotheek was dan ook mijn favoriete plaats. Zes dikke boeken had ik mee en na 3 weken gebeurde het dat ik ze al had uitgelezen. Boeken waren voor mij een uitlaatklep, een vlucht uit de realiteit.

Maar op elk oudercontact (en als nota op het rapport) stond er telkens geschreven dat ik erg stil ben en weinig tot geen contact zoek met de andere leerlingen. En ook dat mijn wiskunde heel slecht was.

Mijn ouders waren uiteraard ook niet blind. Ze zagen dat er iets niet klopte. Thuis was ik wel spraakzamer, meer mezelf. Maar er was ook (meer) structuur aanwezig. Op school moet je het nu eenmaal wat meer zelf weten uit te zoeken.

In de kleuterklas was ik ook erg op mezelf, maar daar werd nooit echt aandacht aan besteed omdat peuters en kleuters egocentrisch zijn en het als ‘normaal’ beschouwd wordt bij hun ontwikkeling.

Ik leefde erg in mijn fantasiewereld. Ik verzon verhaaltjes in mijn hoofd. Dat gaf mij meer duidelijkheid dan de chaotische wereld die ik toen ervaarde.

Op zich werd ik wel eens uitgenodigd voor een verjaardagsfeestje. Maar dan was ik ook ‘mezelf’ niet. Ik geloof dat ik voornamelijk deed wat er van mij verwacht werd. Ik kopieerde (onbewust) het gedrag van de andere kinderen. Maar dat hield ik ook niet vol. Ik was nooit op mijn gemak, op de andere verjaardagsfeestjes. Ik was altijd blij da het voorbij was. Het was dus ergens ook niet verbazingwekkend dat de andere leerlingen het wat opgaven met mij. Althans, nu kan ik dat beter plaatsen. Als kind voelde ik mij erg eenzaam en onbegrepen maar ik zat ‘vast’ in ‘mezelf’. Ik kon het zelf niet plaatsen of uitleggen waarom.

Er werd toen al gespeculeerd over ‘autisme’ maar nooit werd er een diagnose gesteld of werd het woord effectief uitgesproken. Er was nog geen zekerheid. Om het voor mij wat minder stresserend te maken, werd er een aanvraag ingediend voor GON-begeleiding om mij onder andere te helpen bij het rekenen. Maar daar had de lagere school geen oren naar, dat waren pottenkijkers.

Als kind had ik veel tics en rituelen/dwang. Geen idee hoelang dit geduurd heeft. Volgens mijn ouders was dit toch zeker een jaar. Het kan ook meer of minder geweest zijn. Ik knipperde fel met mijn ogen, schudde mijn hoofd en humde. Het was vooral bij stress dat ik er last van had. Als ik gecorrigeerd werd (soms had ik het niet door dat ik tic’te) werd het erger. Vreemde rituelen had ik ook. Het zorgde bij mij voor een zekere mate van verlichting. Pantoffels die vlak voor de zetel tegen elkaar op één lijn moesten staan en waarbij ik dan één oog dichtkneep (zodat ik enkel de pantoffels zag) en humde. Ik kon het niet laten. Ik had ook een tic als kind dat ik op mijn hand blies.  Zo waren er nog tics/rituelen. Als volwassene nu heb ik af en toe nog wel eens tics. Als ik gespannen ben knipper ik soms met mijn ogen of schokt mijn hoofd. Maar ik heb er meer controle over nu. Sommige tics heb ik niet meer. En de rare rituelen zijn ook verdwenen. Eerder ‘typisch’ licht neurotisch gedrag zou in momenten wel eens durven opkomen. Controleren of alle lichten uit zijn, staat het fornuis wel uit.. Is de deur echt wel toe? En dan durf ik wel eens een paar keer aan de deur te trekken om mezelf te overtuigen.

In die tijd was ook angstig en piekerde ik veel. Vooral in vakanties, waar alles één groot zwart gat was en vrije tijd voor mij beangstigend was. Zodus neem ik sinds mijn 16e  venlafaxine75mg (een anti-depressiva) die voor mij een ondersteunende werking heeft. Het piekeren ging minder snel in overdrive. De angsten werden meer de kop ingedrukt. Het zorgde er precies ook voor dat ik minder snel mijn zorgen opkropte. De combinatie van open te zijn en de medicatie bood toch wel een zekere mate van verlichting.

De overstap naar het secundair was een heel grote verandering voor mij. Enerzijds was ik opgelucht, een nieuwe start. Maar langs de andere kant boezemde het mij ook angst in. Ik had nog altijd mijn rugzak van eenzaamheid, onbegrip en angst mee. Binnen de kortste tijd viel ik terug uit de boot. Te veel onduidelijke sociale normen. Dus ik zonderde mij terug af. Het voelde voor mij dubbel. Enerzijds voelde het ‘veilig’ maar tegelijkertijd werd ik er ook met de vinger op nagewezen. Ik was vaak boos, gefrustreerd en verdrietig. Nu, op volwassen leeftijd kan ik dit allemaal beter plaatsen. Ik koester geen haatgevoelens tegen diegenen die mij bewust of onbewust hebben gekwetst. Ik wilde vooruit in het leven, met een openminded blik. Toen kon ik dat uiteraard niet plaatsen. Er werden ook heel veel kwetsende opmerkingen naar mijn hoofd geslingerd. Ik vergeef dit, maar vergeten kan ik niet.

In het secundair kreeg ik gedurende 2 jaar ongeveer ook GON-begeleiding. Hulp bij rekenen en huishoudelijke taken waren dit voornamelijk. Er werd voornamelijk het accent gelegd op de NLD, en minder op het autisme zelf. Vanwege de ‘slechte’ motoriek. Ik heb therapie gevolgd bij het CGG en Psyworks. Bij beide voelde ik mij na elk gesprek heel somber. Dus stopte ik daar ook na een tijd mee.

De diagnose autisme spectrum stoornis viel uiteindelijk definitief op de leeftijd van ongeveer 14 jaar. Deze werd gesteld door een kinderarts waar ikzelf enkele tests heb moeten ondergaan om zekerheid te hebben. Ik heb de diagnose lang niet willen accepteren, ik kon mij niet vinden in het woord ‘autisme’.

Nu, op mijn 26ste heb ik mijzelf kunnen aanvaarden en zou ik niet meer zonder mijn autisme kunnen. Ik zie er zeker ook de positieve kant van in. Ik heb de afgelopen jaren ook wat meer positieve ervaringen gehad waardoor mijn zelfvertrouwen gegroeid is. Onder andere, een fantastische echtgenoot waarbij ik 100% mijzelf mag zijn en die me niet raar bekijkt. Ik heb veel om dankbaar voor te zijn. Wees trots op jezelf. Het is juist fijn om ‘anders’ te zijn, out of the box te denken of doen.

 


Wil je meer lezen van Lies? Volg haar blog via https://glasshelder.wordpress.com/